Bridgelexicon

Alles

Aankomer

In de verdediging, een kaart waarmee men later weer aan slag komt. Een goedgeplaatste koning of een aas is een typische aankomer.

Af- en tegenspel

Het deel van het spel na de bieding, wanneer de spelers hun 13 kaarten uitspelen.

Agressief

Actieve verdediging die u speelt in noodsituaties, zoals het duiken van de heer van een tegenstander in de hoop daarna meer slagen te maken.

Antwoordende hand

Tijdens het biedverloop heeft het betrekking op de partner van de openaar.

Attitude

Kleine aanmoedigend

Verdedigingssignaal om te tonen of men de gespeelde kleur graag ziet of niet. Een kleine kaart spelen toont meestal interesse.

Auto-forcing

De speler die zo'n bod doet, zal niet passen op de volgende bieding van zijn partner zolang de manche niet is bereikt of de tegenstander niet heeft tussengeboden.

Balancen

Bieden na twee keer pas.

Baron

Biedconventie waarbij de lange kleuren van onderaf geboden worden (klaveren, ruiten, harten, schoppen).

Bath coup

Speelwijze van de leider waarbij deze in een sans-atoutcontract de aas ophoudt bij de uitkomst van een heer met een bezit van de aas en de boer, zodat het vervolgen van deze kleur in zijn vork zal zijn.

Bekennen

Bijspelen in de gevraagde kleur.

Best minor

Bod onder de volgende voorwaarden:
- Het eerste bod aan tafel.
- In de lage kleuren, d.w.z. klaveren of ruiten.
- In de langste (met de meeste kaarten) van de twee lage kleuren.
Als de lage kleuren even lang zijn, bied dan 1 klaveren met een driekaart klaveren en een driekaart ruiten. Anders biedt u 1 ruiten.

Blackwood

Conventioneel 4SA-bod dat partner vraagt hoeveel azen deze heeft. De klassieke antwoorden zijn: 5 klaver

Blokkade

Situatie waarin de hoge kaarten in een kleur niet over en weer geïncasseerd kunnen worden.
Voorbeeld: de dummy bezit de aas en de vrouw en de leider heeft de heer, de drie en de twee. U kunt niet achter elkaar drie slagen maken. De kleur is geblokkeerd.

Bod

Bieden, Biedingen, Bieding, Biedverloop

Proces om het eindcontract te bepalen door te bieden. Het geheel van biedingen op een spel wordt het biedverloop genoemd.

Bovengrens

Het maximaal aantal punten dat een paar gezamenlijk heeft. Het wordt berekend door bij de eigen punten het maximaal aantal punten op te tellen dat partner zou kunnen hebben.

Communicatie

Kaarten waarmee u kunt oversteken van de ene hand naar de andere (binnen hetzelfde paar).

Contract

Verplichting van de leider om het aantal slagen te maken dat is vastgesteld met het laatste bod, aan het eind van het bieden. Het uiteindelijke contract op een spel wordt bepaald na drie keer pas. Bijvoorbeeld: na 1SA - pas - 3SA - pas - pas - pas is het contract 3 sans atout en de openaar met het 1SA-bod wordt de leider.

Controle

Controles

Het bewaken van een kleur met honneurs (wanneer u het aas of de heer hebt) of als u kort bent in die kleur (een singleton of een renonce).

Controlebieding

Controle

Bod in een kleur dat partner laat weten dat er niet meteen twee slagen in die kleur verloren kunnen worden.

Conventie

Conventies

Bod dat, volgens afspraak met partner, een bijzondere betekenis heeft. Conventies komen ook voor in de verdediging waarbij een speciale betekenis over het tegenspel met partner is afgesproken.

Corrigeren

Het bieden van de kleur die partner beloofd heeft. Het corrigeren is niet altijd verplicht.

Cover card

Een hoge kaart die een verliezer in de andere hand compenseert.

Cue

Cueën, het bieden van de kleur van de tegenstander. Het bod vraagt vaak om een stop in die kleur om sans atout te kunnen spelen of het toont een sterk spel.

Dealer

Speler die de kaarten deelt.

Deblokkeren

Techniek waarbij kaarten worden weggedaan die de communicatie belemmeren.

Deelscore

Deelscores

Alle contracten onder de manche of slem, d.w.z. alle contracten vanaf 1K tot en met 4R, behalve 3SA.

Dekken

Een hogere honneur spelen dan de honneur die wordt voorgespeeld door de tegenstander, meestal met het doel om een van de eigen honneurs vrij te spelen of een honneur die partner hopelijk heeft.

Derde Kleur Forcing

3de kleur forcing

Nadat de openaar zijn openingskleur heeft herhaald, is de opvolgende kleur kunstmatig wanneer dit een nieuwe kleur is. Het vraagt de openaar zijn hand nader te omschrijven. Voor de derde kleur forcing zijn ten minste 10 punten nodig.

Distributiepunten

Punten die bij de honneurpunten worden opgeteld wanneer er een fit, geen sans atout, is gevonden door de twee spelers van een paar. Een renonce is dan 3 punten waard, een singleton 2 punten en een doubleton 1 punt, de 9de troef is 2 punten en elke extra troef vanaf de 10de is 1 punt waard. Als u een fit hebt met uw partner, maar u hebt slechts één troef bijvoorbeeld, dan kunt u uiteraard nauwelijks troeven en dan is het meetellen van distributiepunten voor uw korte kleuren niet van toepassing.

Doublet

Informatiedoublet, Doubletten, Strafdoublet, Straf

Bieding op een bod van de tegenstander dat de score van het contract verhoogt als het gemaakt of niet gemaakt wordt. Het doublet is, afhankelijk van de situatie, informatief of voor straf. Een informatiedoublet vraagt partner om een van de overgebleven kleuren te bieden. Een strafdoublet vraagt partner te passen omdat verwacht wordt dat het contract van de tegenpartij niet gehaald zal worden. Het doublet wordt gesymboliseerd door een wit kruis op een rode achtergrond.

Doubleton

"Dubbel hebben" of "een doubleton bezitten" betekent slechts twee kaarten in die kleur bezitten.

Downslag

Downslagen

Elke slag die de leider te kort komt om zijn contract te halen.

Driekaart

"Het hebben van een driekaart" betekent het bezit van precies drie kaarten in die kleur.

Driekleurenspel

Hand met ten minste 3 vierkaarten (4441 of 5440).

Drury

De antwoordende hand gebruikt een conventie wanneer hij eerst heeft voorgepast om te achterhalen of de opening van zijn partner niet zwak is.

Dubbele snit

Dubbele troefslag

Spelplan waarbij men afwisselend in beide handen troeft om extra troefslagen te maken.

Duiken

Ook wel "laten lopen". Techniek waarbij de controle wordt behouden door de communicatie tussen de twee tegenstanders te verbreken.

Dummy

De partner van de leider. De "dummy" duidt ook de kaarten aan van de partner van de leider, die opengelegd worden nadat er is uitgekomen.

Eenkleurenspel

Hand met ten minste een zeskaart in een kleur zonder vierkaart ernaast (6322, 6331, 7222, 7321, 7330, 8...).

Eliminatie en ingooi

Techniek waarbij men de tegenstander dwingt een gunstige kleur te spelen.

Eruit werken

Ook wel "dwingen". Een kleur door blijven spelen tot de tegenstander een honneur speelt waardoor die van u vrij zijn geworden.

Evenwichtig spel

Evenwichtig, Evenwichtige spellen, Evenwichtige hand

Een spel of een hand wordt evenwichtig gevonden met hoogstens één doubleton zonder singleton of renonce.

Fit

Een fit hebben

Een paar heeft samen minstens acht kaarten in dezelfde kleur. Dat heet een fit, of de spelers hebben een fit.

Fitbid

Bod in een kleur dat impliciet een fit belooft in een kleur van de partner.

Forcing

Een bieding waarop partner niet mag passen.

Forcing pass

Kunstmatige pas die de partner verplicht opnieuw te bieden in een gegeven sequentie.

Forcing-pass-bod

Bod dat partner vraagt daarop te passen.

Gambling

Gambling 3SA, deze bieding toont minstens een dichte zevenkaart in een lage kleur zonder een aas of een heer ernaast.

Game forcing

Afspraak/sequentie waarbij het paar zich engageert minstens game te bereiken; geen bod kan daaronder stoppen.

Gebalanceerde hand

Gebalanceerde handen

Een hand wordt gebalanceerd genoemd als deze ten hoogste een doubleton bevat zonder een singleton of een renonce.

Hand

Handen

De 13 oorspronkelijk gedeelde kaarten van een speler.

Herbieding

Tweede bod van de opener, dat zijn hand verder verduidelijkt na het antwoord van partner.

Hoge vijfkaart

Ten minste 5 kaarten in harten of 5 kaarten in schoppen in de hand hebben.

Honneur

Honneurs

Er zijn vijf honneurs in elke kleur: de aas, de heer, de vrouw, de boer en de tien.

Honneurpunten

Deze kaartwaarderingsmethode is al van voor de oorlog en bedacht door de Engelsman Milton Work. Een speler kan zo vaststellen hoeveel punten zijn hand waard is. 4 punten voor een aas, 3 punten voor een heer, 2 punten voor een vrouw en 1 punt voor een boer. Er zijn 10 honneurpunten per kleur en dus 40 punten per stok.

Hoog

Duidt op de harten- en schoppenkleur.

Hoog/laag even

Laag/hoog oneven

Een signaleringssysteem dat een even aantal kaarten toont door eerst een hoge en dan een lage kaart bij te spelen (eerst de 6 en dan de 2 van een 6 en een 2 of van boer, 7, 6, 2 bijvoorbeeld) of een oneven aantal door eerst de laagste kaart te spelen (eerst de 2, dan de 6 van 8, 6, 2 of van boer, 8, 7, 6, 2). Deze signalen zijn alleen van toepassing wanneer u geen hoge kaart in deze slag moet bijspelen.

Hoogste kaart

Hoogste kaarten

Kaart waarmee de slag zeker gewonnen wordt. Het is dus de hoogst overgebleven kaart in die kleur.

Hoogste van niets

[Voornamelijk in Frankrijk] Duidt op een uitkomst van een slechte kleur (zonder honneurs) wanneer een sans-atoutcontract gespeeld wordt. Met 2 of 3 kaarten wordt met de hoogste gestart, met 4 of meer kaarten met de een-na-hoogste.

Incasseren

De hoogste kaarten uitspelen.

Inlaten

Het passen op een informatiedoublet om punten te verdienen wanneer je zwaar tegenzit in de troefkleur.

Jacoby transfers

Conventie die wordt gebruikt na een 1SA- of 2SA-opening. Door het bieden van 2 ruiten of 2 harten (3 ruiten of 3 harten na 2SA) toont deze conventie een vijfkaart in harten of schoppen. De theorie wil dat de openaar de Jacoby transfer aanneemt. De antwoordende hand kan met deze conventie zowel zwakke, gemiddelde en sterke handen bieden.

Kibitzer

Toeschouwer bij een wedstrijd.

Kleur

Kleuren

De kleuren in een kaartspel zijn schoppen, harten, ruiten en klaveren. Er zitten dus 13 kaarten per kleur in een spel met 52 kaarten.

Kleurpreferentie

Bod dat aangeeft welke kleur de voorkeur heeft als partner in het biedverloop twee kleuren aanbiedt (een tweekleurenspel). Het wil niet per se zeggen dat er een fit is.

Kleurpreferentiesignaal

Kaart die partner vertelt welke kleur doorgespeeld moet worden. Het wordt vooral gebruikt als partner kan introeven of als in de dummy een singleton ligt.

Kwantitatief

Kwantitatief bod

Inviterend bod dat partner vraagt slem te bieden als partner maximaal is.

Kwetsbaarheid

Systeem waarmee premies en strafpunten voor downslagen worden toegekend. Wanneer u kwetsbaar bent, zijn de downslagen duurder, maar de manche- en slempremies zijn dan ook hoger. In het verleden, in robberbridge, werd een robber gewonnen door twee manches te maken. Het paar dat reeds een manche had gescoord, werd kwetsbaar genoemd, terwijl het paar dat nog geen manche had gescoord niet-kwetsbaar was. De kwetsbaarheid heeft zowel gevolgen voor de manche- en slempremies als de waarde van de downslagen, of deze nu ongedoubleerd, gedoubleerd of geredoubleerd zijn. In toernooien staat elk spel op zich. Om de omstandigheden van een robber na te bootsen, wordt op elk spel voor beide lijnen kunstmatig de kwetsbaarheid bepaald.

Lage kleur

Duidt op de klaver- en ruitenkleur.

Landy

Ingreep na een 1SA-opening: 2♣ toont beide majors.

Laten lopen

Ook wel "duiken". Techniek waarbij de controle wordt behouden door de communicatie tussen de twee tegenstanders te verbreken.

Lavinthal

Afgroei die de partner vraagt een specifieke andere kleur te spelen.

Leider

De speler van het paar die het eerst de troefkleur (of sans atout) van het eindcontract heeft geboden, dat door dit paar wordt gespeeld. Hij speelt dus zijn eigen kaarten en die van de dummy tegenover hem.

Lengte

Aantal kaarten in een kleur.

Lengtepunten

Punten die worden opgeteld bij de honneurpunten voor een verfijnde kaartwaardering in sans-atoutcontracten. Er wordt 1 punt bijgeteld voor een goede vijfkaart en 2 punten voor een goede zeskaart.

Lijn

Twee spelers die samen een paar vormen tegen twee andere spelers. Vaak de oost-west-lijn en de noord-zuid-lijn genoemd.

Manche

Manches

Om een manche te verdienen moet een bepaald aantal slagen gehaald worden afhankelijk van de kleur waarin het contract wordt gespeeld.
In sans atout: vanaf het 3-niveau (d.w.z. ten minste 9 slagen).
In een hoge kleur: vanaf het 4-niveau (d.w.z. ten minste 10 slagen).
In een lage kleur: vanaf het 5-niveau (d.w.z. ten minste 11 slagen).

Mini-maxi

Een mini-maxi-bod is een forcing bod dat of een zwak of een sterk spel belooft.

Minimale herbieding

Het minimaal herbieden van een kleur betekent de kleur op het laagst mogelijke niveau herhalen.

Misfit

Een misfit hebben

Het partnership heeft minder dan acht kaarten van dezelfde kleur in de twee gezamenlijke handen. Van de twee spelers wordt gezegd dat ze een misfit hebben.

Multi 2♦

Kunstmatige opening op 2♦ die meerdere soorten handen kan verbergen (bv. zwakke zeskaart major, sterke gebalanceerde hand).

N/A

Namyats

Conventie die de betekenis omdraait van openingen op 4-niveau. 4K belooft een 4H-opening met maximaal één troefverliezer. 4R belooft een mooie 4S-opening. 4H en 4S beloven minder mooie openingen.

Natuurlijk

Een natuurlijk bod doen betekent het bieden van een kleur waarin u minstens 4 kaarten hebt.

Neutraal

Duidt op een verdediging die als veilig wordt beschouwd.

Niet bekennen

Weggooien

Een kaart in een andere kleur spelen dan die wordt gevraagd wanneer men geen kaarten meer in die kleur heeft.

Niet-forcing

Duidt op een bod waarop partner mag passen.

Niveau

Niveaus

Aantal slagen boven de zes om een contract te maken. Een contract op 1-niveau wordt gemaakt als het paar dat het contract afspeelt ten minste 7 slagen haalt.

Omgekeerde finesse

Finesse gespeeld in de tegenovergestelde richting van de “natuurlijke”, gebaseerd op informatie uit het bieden/spel.

Ondergrens

Het minimaal aantal punten dat een paar gezamenlijk heeft. Het wordt berekend door bij de eigen punten het minimaal aantal punten op te tellen dat partner zou kunnen hebben.

Onevenwichtig

Onevenwichtig spel, Onevenwichtige spellen

Een spel of een hand is onevenwichtig wanneer het een renonce, een singleton of minstens twee doubletons bevat.

Ongebalanceerde hand

Ongebalanceerde handen

Een hand wordt ongebalanceerd genoemd als deze een renonce, een singleton of ten minste twee doubletons bevat.

Ongeboden kleur

Ongeboden kleuren

De kleuren die in het biedverloop nog niet zijn genoemd.

Ontwikkelen

Ontwikkeling

Het spelen van meerdere rondes in een kleur om de kaarten van de tegenstanders te trekken zodat u lengteslagen kunt maken in die kleur. Of het spelen van een honneur om een hogere honneur eruit te werken zodat u een of meer slagen kunt maken in die kleur.

Openaar

De speler die het eerst een bod doet (anders dan pas).

Opening

Eerste bieding anders dan pas.

Overnemen

Het spelen van een hogere kaart dan die van partner (meestal een honneur) zodat deze niet aan slag blijft.

Overslag

Overslagen

Elke slag die de leider wint bovenop het contract dat het paar heeft geboden.

Parentoernooi

In dit type toernooi wordt het resultaat van een paar vergeleken met het resultaat van alle andere andere paren die in dezelfde lijn spelen (Noord/Zuid of Oost/West). Het klassement wordt dus opgemaakt per paar.

Pariteit

De pariteit van een kleur geeft aan of het aantal kaarten in de kleur even of oneven is.

Partner

Speler met wie u tegen de andere twee spelers speelt.

Passen

Pas

Niet bieden, doubleren of redoubleren, wanneer u aan de beurt bent om te bieden en dus "past" door "pas" te bieden.

Preëmptief bod

Sprongbod dat een lange kleur toont met weinig verdedigende slagen. Het geeft de juiste informatie aan partner en is tegelijkertijd bedoeld om te voorkomen dat de tegenpartij het beste contract bereikt.

Premie

Premies

Als u het contract haalt, krijgt u nog een premie, bovenop de punten die u scoort voor elke gewonnen slag. U krijgt 50 punten voor een deelscore, 300 of 500 punten voor een manche, 800 of 1.250 punten voor een klein slem en 1.300 of 2.000 punten voor een groot slem.

Proefbod

Bod op 3-niveau (na gevonden major-fit) dat om hulp in een kleur vraagt om te beslissen of men game moet spelen.

Psychische bieding

Opzettelijk misleidend bod om het resultaat te beïnvloeden (zeldzaam en riskant).

Punten per slag

Alle punten gescoord door de leider om het contract te halen, afhankelijk van de troefkleur. Klaveren of ruiten troef: 20 punten per slag na de zesde slag. Harten of schoppen troef: 30 punten per slag na de zesde slag. Sans atout: 40 punten voor de eerste slag, 30 punten voor de slagen daarna. Daar komen dan nog premies bij.

Redoublet

Bieding na een doublet van de tegenstander dat de score van het contract verhoogt als het gemaakt wordt en als het down gaat. Het redoublet wordt gesymboliseerd door twee witte kruisen op een blauwe achtergrond.

Relais

Kunstmatig bod dat partner om verdere informatie vraagt, zonder de eigen hand te beschrijven.

Renonce

"Renonce" of "renonceren", geen kaarten bezitten in die kleur.

Renonceren

Geen kaarten meer hebben in een kleur.

Roudi en Checkback Stayman

Conventies die worden gebruikt door de antwoordende hand bij zijn tweede bod na een 1SA-herbieding van de openaar om zijn hand nader te beschrijven.

Sec

Kaal

Slechts één kaart (een singleton) in een kleur bezitten. Men zegt het ook over kaarten: "een kale (of secce) heer"

Serie

Hoogste van een serie

Een serie bestaat uit aansluitende kaarten in dezelfde kleur. Het hangt ervan af of het een sans-atout- of een troefcontract is.
- In een troefcontract bestaat een serie uit opeenvolgende honneurs (waarbij de 10 en de 9 samen ook als serie wordt gezien).
- In een sans-atoutcontract zijn drie opeenvolgende honneurs nodig voor een uitkomst met de hoogste van een serie, maar een onechte serie is toegestaan. Een serie van vier kaarten waarvan één kaart ontbreekt, wordt een gebroken serie genoemd.

Signaal

Signalen, Signaleren

In bepaalde situaties een kaart bijspelen die volgens afspraak partner vraagt een bepaalde kleur te spelen. Doorgaans door een hoge kaart in die kleur te spelen.

Singleton

"het hebben van een singleton" betekent het bezit van slechts één kaart in die kleur.

Slag

Slagen

Ook wel "trek". Een slag bestaat uit de vier gespeelde kaarten, één van elke speler aan tafel. Het aantal door een paar gewonnen slagen is aan het eind bepalend voor het resultaat van het gespeelde contract.

Slem

Slems

Klein slem: contract op 6-niveau, d.w.z. 12 slagen.
Groot slem: contract op 7-niveau, d.w.z. 13 slagen.

Slempoging

Bod dat partner laat weten dat slem tot de mogelijkheden behoort.

Smith-signaal

Signaal bij NT tijdens de tweede slag dat informatie geeft over de openingskleur.

Snit

Techniek waarbij een kleur wordt gespeeld met de verwachting dat bepaalde kaarten bij de tegenstander zo geplaatst zijn dat extra slagen worden gemaakt. Deze aanpak is nooit helemaal zeker, maar wint een slag die u nooit zou winnen als u het niet probeert.

Spel

Verdeling van de 52 speelkaarten over de handen van de vier spelers. Ook wel het geheel van distributie, biedverloop en af- en tegenspel van het spel.

Splinter

Sprongbod dat maximaal één kaart belooft in de gesprongen kleur met een fit in de laatste door partner geboden kleur. Gewoonlijk splintert men niet op een kale aas of heer.

Sprongbod

Bod op een hoger niveau dan nodig is.

Sprongherbieding

Het herbieden van een kleur met sprong is het bieden van een kleur die u ook een niveau lager had kunnen noemen.

Squeeze

Techniek waarbij een tegenspeler gedwongen wordt een nuttige kaart af te gooien.

Stayman

Conventie die wordt gebruikt na een 1SA-opening om openaar te vragen naar een hoge vierkaart.

Stop

Stopper

Ook wel "stops". Term die vooral wordt gebruikt in een sans-atoutcontract. Kaart of kaartcombinatie die verhindert dat de tegenstanders bij de uitkomst alle slagen in een kleur kunnen oprapen.

Switchen

Wanneer u in de verdediging aan slag komt en een andere kleur terugspeelt dan waarin partner is uitgekomen.

Tegenstander

Speler in de andere lijn; speler van het paar waar u tegen speelt.

Troef

In een kleurcontract zijn de troeven de dertien kaarten in die kleur. Wanneer u geen kaarten meer hebt in de gespeelde kleur, wint u de slag door een troef te spelen (dat heet in- of aftroeven).

Troeven

Getroefd, Troef, Overtroeven, Overgetroefd

Het spelen van een troef wanneer je niet kunt bekennen. Daarmee wordt de slag gewonnen tenzij deze kaart wordt overgetroefd, dat wil zeggen dat een andere speler een hogere troef speelt.

Tweekleurenspel

Tweekleurenspel met sprong, Sterk tweekleurenspel, Goedkoop tweekleurenspel, Tweekleurenspellen

Tweekleurenspel: verdeling met in één kleur ten minste een vijfkaart en in een andere kleur ten minste een vierkaart, bijvoorbeeld: 5422, 5431, 5521, 5530, 6421, 6430, etc.

Tweekleurenspel met sprong: bod in een tweede kleur dat op een lager niveau geboden had kunnen worden.

Sterk tweekleurenspel: bod in de tweede kleur dat partner dwingt de eerste kleur te bieden op 3-niveau.

Goedkoop tweekleurenspel: bod in de tweede kleur waarbij partner de eerste kleur op hetzelfde biedniveau kan steunen.

Uitkomen

Wanneer het eindcontract bepaald is, wordt de eerste kaart altijd gespeeld door de speler links van de leider.

Uitkomst

Uitkomsten

De eerste kaart gespeeld in de eerste slag, direct na het eind van de bieding.

Valse kaart

Kaart gespeeld op een misleidende manier om de tegenstander te misleiden.

Verdediging

De verdediging is het paar dat het contract verdedigt.

Vernes’ wet

Wet van het totale aantal slagen

Evaluatieprincipe dat het totaal aantal beschikbare slagen verbindt met het totaal aantal troeven dat beide partijen bezitten.

Verongelukt

Misverstand tussen twee spelers van hetzelfde paar dat leidt tot een slecht contract of slecht tegenspel.

Vierde Kleur Forcing

4de kleur forcing

Wanneer er door hetzelfde paar drie verschillende kleuren zijn geboden in de eerste drie biedingen, dan is het bod in de vierde kleur kunstmatig. Het vraagt de openaar zijn hand nader te omschrijven. Voor de vierde kleur forcing zijn ten minste 11 punten nodig.

Vierde van boven

4de van boven

Uitkomstconventie die vooral wordt gebruikt tegen sans-atoutcontracten waarbij wordt uitgekomen met de vierde van boven van een kleur zonder serie.

Viertallen

Toernooivorm waarin twee viertallen tegen elkaar spelen. Het paar dat Noord-Zuid zit aan tafel A speelt samen met het paar dat Oost-West zit op tafel B, waarbij de spellen hetzelfde zijn op beide tafels. De puntentelling verschilt van die bij een parentoernooi.

Volgen

Gevolgd, Volgbod

Bod na de opening door de tegenpartij.

Voorspelen

De eerste kaart van een slag.

Vork

Het bezit van twee van drie opvolgende kaarten in een kleur waarvan de middelste ontbreekt. Bijvoorbeeld: het bezit van de aas en de vrouw zonder de heer, of de heer en de boer zonder de vrouw.

Weense Coup

Techniek waarbij men een belangrijke entree bewaart om later een squeeze uit te voeren.

XYZ

De antwoordende hand gebruikt een conventie om met zijn tweede bod zijn hand te omschrijven als de bieding nog op 1-niveau is.

Zitsel

Verdeling van de 52 speelkaarten over de handen van de vier spelers.

Zwakke Twee

Opening op 2-niveau die een zwakke hand met een zeskaart toont.

Play Funbridge

Speel oefenspellen op je eigen tempo.

Beschikbaar op smartphone, tablet en computer.